Soort project:

IWT-project

Duurtijd:

01/11/2010 - 31/10/2014

Partners:

Proefcentrum Hoogstraten vzw i.s.m. Proefstation voor de Groenteteelt vzw; en KU Leuven Campus Geel en ILVO

Sinds 2003-2004 wordt de paprikateelt in Vlaanderen geconfronteerd met de nieuwe ziekte binnenrot. Deze ziekte wordt veroorzaakt door sporen van verschillende Fusarium soorten  die op de stamper van de bloem terechtkomen en via de stijl naar het vruchtbeginsel gaan. In het vruchtbeginsel blijven de sporen latent aanwezig. Als de vrucht begint te rijpen kan de latente fase een actieve infectie worden waarbij de symptomen aan de buitenkant van de vrucht zichtbaar worden en de vrucht volledig kan wegrotten. Er zijn sterke schommelingen in het optreden van binnenrot binnen het seizoen met pieken die op sommige bedrijven kunnen oplopen tot 20 %. De meeste binnenrotsymptomen worden pas zichtbaar wanneer de geoogste paprika`s zich reeds in het  handelskanaal bevinden met kwaliteitsklachten tot gevolg.

De doelstelling van dit project is om door een gefundeerde kennis van het pathogeen en de infectie- en ontwikkelingsvoorwaarden te komen tot een set van duurzame beheersingsmaatregelen die integreerbaar zijn in de huidige teelttechniek. Gezien de aard van de ziekte zijn de maatregelen zowel gericht op het verminderen van het aantal initiële infecties als op het verhogen van de natuurlijke reductie van het aantal latente infecties. Omdat de handel steeds meer opteert voor residuvrij voedsel, gaat de voorkeur uit naar duurzame beheersmaatregelen die geen residu’s achterlaten op het oogstbare product.

Het projectvoorstel is opgedeeld in 3 werkpakketten. In werkpakket 1 werd een infectiecurve opgesteld die het verloop van infectie weergeeft van jonge vrucht tot oogstrijpe vrucht. De pathogeniteit van de belangrijkste Fusarium soorten die in Vlaanderen binnenrot veroorzaken werd bepaald. Werden ook de belangrijkste Fusarium stammen geidentificeerd? Bovendien werden ook enkele detectietechnieken (spore-sampling en real-time PCR detectie) ontwikkeld en geoptimaliseerd. Deze technieken worden aangewend binnen dit en de volgende werkpakketten. Ook wordt onderzocht waar het primair inoculum vandaan komt.

In werkpakket 2 werden factoren onderzocht die de infectiecurve beïnvloeden. Zo werd vastgesteld dat het aantal infecties gereduceerd wordt wanneer  initiële infecties te vermijden. Hierbij komen volgende factoren aan bod: wegnemen van initieel gekoloniseerd bloemweefsel, pH,effect van een groeibuis ter hoogte van de bloemen.

Ten tweede kan de infectiecurve worden beïnvloed door het aantal latente infecties te doen afnemen. De plantbelasting en plaats in het zetsel en plantstress zijn factoren die hierbij in aanmerking komen.

In werkpakket 3 worden de kritische factoren voor infectie, ontwikkeling en verspreiding van de ziekte vertaald in beheersingsmaatregelen. Om het aantal initiële infecties te beperken wordt de reductie van inoculumbronnen op punt gesteld en worden BCA’s (Biological Control Agents) getest. Met het oog op de vermindering van de latente infectie komt het vermijden van pieken in plantbelasting en het verhogen van de plantbelasting (door toepassing van plantversterkers en BCA’s met ISR effect) aan bod. Het effect van aangepaste klimaatsturing wordt ook getest. Omdat uit vooronderzoek blijkt dat sommige cultivars duidelijk gevoeliger zijn voor binnenrot dan andere wordt een snelle screeningsmethode voor de waardplantgevoeligheid ontwikkeld. Deze methode kan nadien toegepast worden in het gebruikswaarde onderzoek van de proefstations (buiten dit project).

Meer informatie

Contactpersoon