Partners: Inagro, PCG & Proefstation voor de Groenteteelt

Projectfinanciering: Demonstratieproject

Duur: 01/07/2020 – 30/06/2022

Contactpersoon PSKW: Sander Fleerakkers

Voorlopige resultaten demonstratieproef (2 juli 21)

Groenbedekkers dragen stikstof naar volgend teeltseizoen

Groenbedekkers worden voornamelijk gezet om nitraatuitspoeling in het najaar en de winter te beperken. De stikstof die ze daarbij opnemen dragen ze dan door naar het volgende teeltjaar die ze geleidelijk weer vrijstellen via mineralisatie. Een vroege incorporatie doet deze mineralisatie snel starten en geeft een hoge hoeveelheid stikstof bij het planten van de volgende teelt. Een latere inwerking veroorzaakt een lagere minerale N voorraad bij het begin van de teelt, maar kan wel meer organische stof produceren, wat voordelig is voor de bodem.

Vroege en late inwerking van veel gebruikte groenbedekkers onderzocht

Op 28 augustus 2020 zaaiden we verschillende groenbedekkers in: facelia, rogge, japanse haver en grasklaver. Grasklaver (indien minder dan 50% klaver) is als enige mengsel met vlinderbloemige component een uitzondering op de vanggewasregeling. Ter referentie wordt een deel van het veld niet ingezaaid.

Door de droge omstandigheden bij zaai zijn de rogge en japanse haver slecht opgekomen en door een te magere gewasstand werden ze niet mee opgevolgd. De klaver maakte ook minder deel uit van het mengsel dan zou moeten.

Facelia kan nitraatresidu laagst houden

Veel resten van de voorteelt Chinese kool en heel wat rotte kolen werden voor de inzaai van de groenbedekkers ingewerkt. Daardoor kwam er een grote hoeveelheid stikstof in het najaar vrij. Dat heeft gezorgd voor een hoge onkruiddruk (vooral vogelmuur) bij de jeugdgroei van de groenbedekkers. Enkel facelia kon dit goed onderdrukken door zijn snelle groei.

Veel stikstof is uitgespoeld naar diepere lagen. Zeker bij het object braak is goed te zien hoe er in de diepere lagen een enorme hoeveelheid N opgebouwd wordt (figuur 1 en 2). Hoewel het dus op het eerste zicht lijkt dat de groenbedekkers weinig effect hebben en de stikstofwaarden half november helaas veel te hoog uitkomen, kunnen ze deze situatie wel voorkomen. Facelia heeft in deze proef het meest positieve effect gehad en meer dan 100 eenheden stikstof kunnen vastleggen.

Facelia stelt nitraat snelst weer vrij

De facelia is quasi volledig kapotgevroren op het einde van de winter, terwijl de grasklaver zijn groei weer hervatte in het voorjaar. Een deel van de groenbedekkers werd ingefreesd op 1 april en op 14 mei werd het tweede deel ingefreesd. Enkele dagen voor de inwerking werd het gras dood gespoten om geen moeilijkheden bij de inwerking te krijgen. Op figuur 2 valt de vrijstelling in het voorjaar af te lezen.

Het is logisch dat de mineralisatie vroeger start bij een vroegere inwerking en er daardoor bij het begin van de teelt reeds meer minerale N ter beschikking is. Ook bij facelia is dit verschil nog groot, hoewel deze al volledig afgestorven was. De minerale N voorraad bij de grasklaver zakt in het voorjaar dieper door dan facelia, door zijn hergroei in het vroege voorjaar en de verdere opname van stikstof. Bij de planting van de prei is er dan ook minder stikstof beschikbaar na gras dan na facelia, zowel in het geval van vroege als late vernietiging.

Er werd een staalname te weinig uitgevoerd op het moment van de vroege onderwerking om het goed te kunnen zien, maar uit de grafiek valt toch af te leiden dat facelia sneller zijn stikstof weer vrijstelt na inwerking dan het gras.

Het object braak volt dezelfde evoluties als de groenbedekkers en ligt er wat tussenin. Dit is te wijten aan de hoge onkruiddruk en het dus geen echt braakland is.

Door het natte voorjaar was er geen effect van de groenbedekker of het tijdstip van inwerken op het bodemvocht. Bij een droger voorjaar moet er ook nog rekening mee gehouden worden dat een groenbedekker met nog wat vocht kan gaan lopen.

Rekening houden met groenbedekker bij bemesting volgteelt

Op 23 juni werd prei geplant op het perceel. De stikstofdynamiek wordt verder opgevolgd doorheen de teelt, waarbij een deel onbemest blijft. Het andere deel wordt wel bemest, waar we zo goed mogelijk rekening trachten te houden met wat de groenbedekker nog zal vrijstellen.

Figuur 1. Minerale N in bodemprofiel (0-90cm) bij zaai eind augustus en op het einde van de nitraatresiducampagne half november, voor de verschillende objecten.

Figuur 2. Verloop van minerale N in bodemprofiel (0-60cm) van de zaai van de groenbedekker tot aan het planten van de prei. De volle lijnen verbinden de bodemstalen bij de vroege vernietiging, de stippellijnen bij de late vernietiging.

Op donderdag 4 november organiseerden het Departement Landbouw en Visserij, Inagro, PCG en PSKW deel 1 van het Groenbemestersevent op het Hof Ter Weeden in Kruisem. Op het demoveld werden een 20-tal mengsels uitgezaaid die telkens een andere toepassing beogen. De zes aanwezige zaadbedrijven gaven een korte toelichting bij het hoe en het waarom van hun mengsel. In een drietal profielputten toonden we wat groenbemesters vertellen over de toestand van je bodem en hoe je dit als boer zelf kunt waarnemen. Na de koffie in de schuur van het Hof ter Weeden gingen vier sprekers in op de keuze van de groenbemesters, de interactie tussen groenbemesters en aaltjes, de meerwaarde van mengsels en de stikstoflevering voor de volgteelt. Alle info rond dat event kan je hier gebundeld vinden:

Brochure groenbemestersevent

Hoe kies je je groenbedekker

Regelgeving rond groenbedekkers

Groenbedekkersevent en nematoden

Kracht van complexe mengsels

Inwerken van groenbedekkers en stikstofmineralisatie

 

Met steun van het departement landbouw en visserij van de Vlaamse Overheid.