Bloemkool en prei vallen binnen het huidige mestdecreet onder groenten groep I, de groenten met een hoge stikstofbehoefte- en opname. Voor bloemkool start de opnamepiek 1 maand na planten. Voor prei is dit zelfs na 2 maanden. Dit zorgt voor de nodige uitdaging om in deze teelten te eindigen met een gunstige hoeveelheid reststikstof, het vakkundig inzetten van de nodige bemesting is noodzakelijk. Gefractioneerd bemesten op basis van een bemestingsadvies op het juiste tijdstip  is hier alvast de kernboodschap.

Plaats de bemesting gefractioneerd

Zomer- en herfstprei hebben een stikstofbehoefte van 215 kg N/ha. Voor bloemkool liggen de opnamecijfers iets hoger; tot 240 kg N/ha. Industrierassen zoals Moby Dick, David en Giewont nemen zelfs respectievelijk 260, 310 en 320 kg N/ha op. Tijdens de eerste teeltperiode blijft de opname beperkt tot 30 kg N/ha.

De volledige behoefte invullen bij het planten geeft dus het mogelijke risico op uitspoeling. Werken met een verlaagde basisbemesting en corrigeren met een lage bijbemesting is een betere praktijk. De basisbemesting uitsluitend afstemmen op de behoefte bij de aanvang van de teelt zou onvoldoende zijn. In de bodem moet een buffer voorzien worden om stressituaties te vermijden. Deze hoeveelheid noemen we de latente stikstof, in combinatie met de stikstofopname tijdens de eerste teeltperiode vormt het de basisbemesting. Voor prei bedraagt deze 120-150 kg N/ha. Voor bloemkool mag je deze verhogen tot 180 kg N/ha. Naast een verlaagde basisgift kan je het risico op uitspoeling verder verkleinen door te kiezen voor een traagwerkende ammoniumhoudende meststof, eventueel gecombineerd met een nitrificatieremmer.

Voor teelten geplant vanaf april is het interessant om deze startbemesting af te stemmen op een stikstofstaal. Effecten van bv. een ondergewerkte groenbemester, organische bemesting of de bodemmineralisatie kunnen zo beter worden ingeschat. Hierdoor verklein je de kans om de startbemesting te overschatten, waardoor je niet meer kan corrigeren met een bijbemesting.

Bijbemesting: wat, wanneer en hoe?

In figuur 1 zijn de opnamecurves weergegeven voor zomer- en herfstteelten bloemkool en prei. Vlak voor het stijgende deel van de curves zijn belangrijke momenten voor het plaatsen van een bijbemesting. Voor de meeste preiteelten is dit op 7 weken na planten. De wekelijkse stikstofopname stijgt dan naar 20-40 kg N/ha. Voor bloemkolen start de stikstofpiek 4 weken na planten. Wekelijks wordt er dan ongeveer 40 kg N/ha opgenomen. Neem dus op deze belangrijke momenten een stikstofstaal. De verplichte staalnames in het kader van het mestdecreet kan je onder andere op deze momenten zeer zinvol inzetten. Op basis van de gemeten bodemvoorraad kan een geschikt bijbemestingadvies geformuleerd worden. Voor de bijbemesting kies je wel best voor een snelwerkende meststof zoals bijvoorbeeld Kalkammonsalpeter. Geef deze bijbemesting eventueel gecombineerd tijdens het schoffelen, of bij het aanaarden van de prei.

Foto 1: Tijdens het schoffelen is een goed moment om eventuele bijbemesting toe te passen.
Figuur 1: opnamecurves voor zomer- en herfstteelten bloemkool en prei

Bladvoeding een hulpmiddel voor late bijbemesting

Bijbemestingen met bladvoeding zijn aan populariteit aan het winnen. Het grote voordeel bestaat uit de betere dosering met beperkte stikstofgiften. In het najaar voorkom je bovendien een extra bodembewerking welke kunnen resulteren in een oncontroleerbare stikstofboost. In het ADLO-project N-fit worden bijbemestingen met bladvoeding getest om de mogelijke meerwaarde van deze producten verder te motiveren. Ook op het overtuigingsveld bij Karel Bosschaerts in Putte werden verschillende bladvoedingen naast elkaar gedemonstreerd. Tijdens het Thematische Uitwisselingsmoment (TUM) op vrijdag 25 augustus kan je de resultaten komen bezichtigen. Meer informatie vind je op de evenementenpagina op onze website.

Foto 2: Voor het thematisch uitwisselingsmoment van 25 augustus werd bladvoeding toegediend bij de gastheer

 

Bemesting is meer dan alleen stikstof

Bloemkool en prei hebben meer nodig dan alleen een stikstofbemesting. Welke elementen je extra aan je bodem moet toedienen, dat stem je best af op een volledige bouwvooranalyse. Hierbij is een goede pH het belangrijkste uitgangspunt naar de beschikbaarheid van de elementen toe. Tabel 1 toont de totale nutriëntenbehoefte van bloemkool en prei. Dit is de behoefte. Op basis van een bouwvoorontleding weet je de juiste bemestingsdosis.

Tabel 1: Nutrientenbehoefte van prei en bloemkool

Nutriënt Behoefte kg/ha

bloemkool

Behoefte kg/ha

prei

225-320275
P2O5 7035-100
K2250-300200-250
MgO 5030
12560
Na 15-60 

 

Oogstresten, een niet te onderschatten stikstofbron

Na de oogst van bloemkool en prei blijven er oogstresten achter. Deze vormen een belangrijke, niet te onderschatten bron van stikstof voor de volgteelt. Voor oogstresten van bloemkolen voor de versmarkt bedraagt de stikstoflevering voor de volgteelt minstens 50 kg N/ha. Voor industriekolen gaat dit zelfs tot 80 kg N/ha. Stikstoflevering uit oogstresten van prei variëren van 25 tot 50 kg N/ha. Neem je een staal voor een volgteelt, geef dan zeker een inschatting van de hoeveelheden oogstresten en het tijdstip van onderwerken mee aan je staalnemer. Komen de oogstresten vrij in het najaar? Probeer de stikstofvrijstelling op te vangen met een groenbemester. In een teeltrotatie met kolen vermijd je wel beter gele mosterd in het kader van knolvoetaantasting.

Voor meer info in verband met optimale bemesting kan je steeds terecht op ons kennispunt.
Zit je met verdere vragen over dit onderwerp, neem dan zeker contact met ons op: Ellen.Goovaerts@b3w.vlaanderen.be

Auteurs: Ellen Goovaerts, Anneline Brouckaerts, Brecht Catteeuw – B3W